![]() |
![]() |
|||||||||||||||
|
A r c h i e f |
||||||||||||||||
|
Het chippen van paarden
Overeenkomstig het Koninklijk Besluit van 2005 in uitvoering van de
verordening van de EU moeten alle paardachtigen (paarden,
pony's, ezels en zebra's) op het Belgische grondgebied gechipt en geïdentificeerd
worden voor 1 juli 2008. Voor het chippen van een paard moet een signalement van het paard worden opgemaakt. Het signalement en het chipnummer samen met de gegevens van de eigenaar worden vermeld op een identificatieattest dat door de dierenarts wordt doorgestuurd. Later ontvangt de eigenaar een bewijs en/of een paspoort en een mutatiedocument. Op het ogenblik van de identificatie moet de eigenaar kiezen of het paard een slachtpaard is of een sportpaard. Als de eigenaar kiest voor een sportpaard kan het dier nooit meer geslacht worden en in de voedselketen terecht komen. De keuze van sportpaard is onomkeerbaar. De keuze van slachtpaard kan op een later ogenblik gewijzigd worden. Het chipnummer is onlosmakkelijk verbonden met de identificatie van het paard en de gegevens van de eigenaar. Als het paard wordt verhandeld moet de adreswijziging worden vermeld via een mutatiedocument. Aanvraag tot registratie Nadat u het formulier ingevuld hebt teruggestuurd ontvangt uw dierenarts uw dossier die dan contact met u opneemt om het paard te chippen. Het chippen van een paard moet wel door een gemachtigd dierenarts gebeuren. Uw dierenarts stuurt de definitieve documenten op en binnen de 60 dagen ontvangt u een paspoort, eventuele stamboekformulieren en een mutatiedocument voor uw paard. U kan alle informatie, ook de lijst van gemachtigde dierenartsen
vinden op de website www.idpaarden.be
of bij de Vlaamse Confederatie van het Paard. Er is ook een speciale regeling voor oudere paarden. Lees meer.
EU paspoort voor alle paardachtigen. Alle paardachtigen in de Europese Unie zullen vanaf
6 maanden na hun geboorte over een individueel paspoort moeten
beschikken. Europa wil hiermee het verouderde identificatiesysteem
hervormen en aanpassen aan de moderne technologie. Dit
identificatiesysteem moet helpen om dierenziekten beter te bestrijden. In het paspoort komt het levensnummer en het chipnummer van het paard. Het paspoort vermeldt ook of het dier wel of niet bedoeld is voor consumptie. Hiermee beoogt men de regelgeving wat het gebruik van dierengeneesmiddelen betreft. Voor een paard dat niet bestemd is voor humane consumptie is er dan een veel bredere waaier aan diergeneesmiddelen beschikbaar. De paspoort verplichting is een Europese verplichting en geldt voor alle paarden in alle lidstaten. Eet
u paardenvlees? Na de dioxine crisis en de dolle koeienziekte werd er wel gezegd:paardenvlees, dat is tenminste nog zeker. Maar is dat wel zo? Paardenvlees is mager vlees. Het levert 110 tot 127 Kcal/100 g en bevat 5% minder lipieden. Het bevat ook heel weinig gluciden (tot 1 %) en dit maakt het tot een uiterst geschikt terrein voor de vermenigvuldiging van bacteri뮮 In zulke mate zelfs dat paardenvlees niet op het menu voorkomt in de kantines van scholen of van oudere en fragiele personen. Wat weten we eigenlijk over paardenvlees en paardenfokkerij? Wat bevatten de korrels waarmee paarden worden gevoed? Zijn we zeker dat er geen dierlijke bloem wordt aan toegevoegd en riskeren we niet dezelfde problemen als met andere dioxine dieren? Wat we wel weten is dat er in paardenvlees -
antibiotica worden aangetroffen die normaal gebruikt worden voor het
bestrijden van infecties, maar preventief worden toegediend door
paardenfokkers; - parasieten zoals trichinella spiralis en bacterien zoals salmonella worden aangetroffen. In september 1994 werden er verschillende gevallen gesignaleerd van trichinellose als gevolg van het eten van paardenvlees afkomstig uit Mexico. In 5 van de 6 gevallen was het vlees afkomstig van een Belgische groothandelaar die het vlees versneden en diepgevroren importeerde uit Mexico en Urugay, en het zo verder verkocht. In februari1998 brak er een epidemie uit van trichinellose in Frankrijk. Een tweede deed zich voor in dat zelfde jaar. Tussen 20 september en 27 oktober werden 404 gevallen geteld. Onderzoek heeft uitgewezen dat het om vlees zou gaan van paarden ingevoerd vanuit het voormalige Yougoslavie maar wel geslacht in Frankrijk. Dat deze epidemies zich voordeden in Frankrijk is misschien geen toeval. Frankrijk is een van de grootste verbruikers van paardenvlees. Ander landen zijn Italia, Spanje en IJsland. Belgie verbruikt aanzienlijk minder paardenvlees. De verschillende epidemies van trichinellose hebben de EU er toe aangezet de controle te verscherpen. Is dat echter voldoende? De controle gebeurt in het slachthuis en het vlees kan alleen vrijgegeven worden voor consumptie als de resultaten gunstig zijn, ttz. als er geen larven werden aangetroffen. In geval van invoer van levende paardachtigen in landen van de EU wordt de controle gedaan na slachting in het importerende land. Bij invoer van karkassen of vers vlees gebeurt de controle in het land waar het dier geslacht werd. De controle moet bevestigd worden door een document dat het vlees vergezelt. Hier dient toch opgemerkt te worden dat de Europese reglementering alleen beoogt goedgekeurd vlees te laten importeren maar niet de ongunstige resultaten bekend te maken. Diepvriesvlees is bovendien niet onderworpen aan deze controle. We weten allemaal hoe moeilijk het is dergelijke dingen onder controle te houden in een goed georganiseerd land als Belgie, men kan zich dan ook terecht afvragen hoe die controles verlopen in landen waar we niet zo veel van afweten. Salmonellose In mei-juni 2003 werden er, eveneens in Frankrijk, 14 gevallen van salmonellose gemeld. Allen als gevolg van het eten van paardenvlees. Deze mensen werden besmet door Salmonella S. Newport bacterie die aan de basis ligt van zeer ernstige vormen van salmonellose. Salmonella S. Newport biedt weerstand aan talrijke antibiotica en wat de behandeling ervan aanzienlijk moeilijk maakt. Zoals u ziet is paardenvlees niet zo veilig als wel eens gedacht wordt.
Sint
Jacobskruidskruid: Een overzicht van de situatie Algemeen Over
het Sint Jacobskruiskruid wordt op dit moment heel veel geschreven en
nog veel meer gesproken. Opvallend is dat veel bronnen elkaar
tegenspreken of dat experts, zoals gewoonlijk, het niet met elkaar
eens zijn. Het
Sint Jacobskruiskruid heeft letterlijk een stormachtige ontwikkeling
doorgemaakt. Kwam deze plant een goede 14 jaar geleden vrijwel niet
voor in Nederland, tegenwoordig is de plant volop te vinden in
weilanden, duinen, zandgronden en bermen. Voorstanders
van de bestrijding wijzen op de explosieve verspreiding van de plant
in combinatie met het feit dat de plant giftig is. Tegenstanders van
de bestrijding menen dat het allemaal buiten proportie getrokken wordt
en wijzen op het feit dat het Sint Jacobskruiskruid niet de enige
alkaloïde plant die er in Nederland in het wild groeit. Sint
Jacobskruidskruid: Een overzicht van de situatie Algemeen Over
het Sint Jacobskruiskruid wordt op dit moment heel veel geschreven en
nog veel meer gesproken. Opvallend is dat veel bronnen elkaar
tegenspreken of dat experts, zoals gewoonlijk, het niet met elkaar
eens zijn. Het
Sint Jacobskruiskruid heeft letterlijk een stormachtige ontwikkeling
doorgemaakt. Kwam deze plant een goede 14 jaar geleden vrijwel niet
voor in Nederland, tegenwoordig is de plant volop te vinden in
weilanden, duinen, zandgronden en bermen. Voorstanders
van de bestrijding wijzen op de explosieve verspreiding van de plant
in combinatie met het feit dat de plant giftig is. Tegenstanders van
de bestrijding menen dat het allemaal buiten proportie getrokken wordt
en wijzen op het feit dat het Sint Jacobskruiskruid niet de enige
alkaloïde plant die er in Nederland in het wild groeit. De
Plant Het
Jacobskruiskruid (Senecio Jacobaea) behoort tot de familie van
compositae (samengesteldbloemigen) en tot het geslacht Senecio. Het
geslacht Senecio bevat een groot aantal soorten die nagenoeg over de
gehele wereld verspreid zijn. In Nederland komen vooral naast het
Jacobskruiskruid het klein kruiskruid en moerasandijvie voor. Het
Jacobskruiskruid wordt aangetroffen in bermen, graskanten bosranden,
duingebieden en in weilanden. Tegenstanders van bestrijding gebruiken
het feit dat de plant niet op intensief begraasde gebieden zich kan
vestigen als een argument in hun voordeel. Echter op diverse plekken
in Nederland zijn waarnemingen gedaan van de aanwezigheid van het Sint
Jacobskruiskruid dat op plaastsen groeide die intensief werden
begraasd (o.a. in het safaripark Beekse Bergen). Het Sint
Jacobskruiskruid vestigt zich makkelijk op extensief onderhouden
weilanden. De plant heeft een forse stengel met ingesneden bladeren
met mooie gele bloemen die veel aan grote madeliefjes doen denken. Het
is een taaie plant die er vaak als een der eersten in slaagt om een
stuk grond te koloniseren. Het
Jacobskruiskruid is een zeer vruchtbare plant die zicht buitengewoon
snel verspreidt. Iedere aparte plant produceert om de twee jaar
150.000 zaden met een kiemkans van 70 procent. Kruiskruidigen
zijn tweejarige planten. Ze wortelen, zoals zoveel andere
pioniersplanten, zeer diep. Tijdens het eerste jaar wordt er een
groene rozet van scherp getande bladeren gevormd dat vlak en dicht
tegen de bodem groeit. In het twee jaar schieten een aantal forse
stengels op, die dikwijls lichtrood tot paars gekleurd zijn. De hoogte
bedraagt 30 centimeter tot een meter. De bloemen bloeien vanaf begin
juni tot en met oktober. Na het bloeien veranderen de bloemhoofdjes in
grijs pluis waarmee het rijpe zaad zich via de wind kan verspreiden. De
Natuurwaarde van de Plant Het
Sint Jacobskruiskruid heeft in de natuur alleen een rol voor vlinders,
en in het bijzonder de Sint Jacobsvlinder. Het Sint Jacobskruiskruid
is een waardplant voor deze vlinder. Daarnaast is de plant een
nectarplant voor overige vlindersoorten en hommels. Zaden worden tot
zover bekend, niet gegeten door vogel- of diersoorten. Alleen de
rupsen van de Sint Jacobsvlinder zijn in staat van deze plant te leven.
Zij vreten hem helemaal kaal. Als gevolg hiervan is de rups van de
Sint Jacobsvlinder (ook wel bekend als zebrarups) zeer giftig. De rups
van de Sint Jacobsvlinder leeft, ondanks wat zijn naam doet vermoeden,
niet exclusief op de Sint Jacobskruiskruid. De rupsen zijn terug te
vinden op alle Kruiskruidigen. De rupsen van de Sint Jacobsvlinder
worden niet gegeten door vogels of andere rupsetende dieren vanwege
zijn giftigheid. Ook de plant zelf wordt niet gegeten vanwege zijn
hoge giftigheid door andere dier- en insectsoorten.
|